OOGAFWIJKINGEN BIJ DE IERSE WOLFSHOND
Op het fokkersoverleg van 7 januari jl werd duidelijk dat er bij twee
jonge Ierse Wolfshonden ( nestgenoten) door een dierenarts specialist
oogheelkunde was gediagnosticeerd dat zij beiden lijden aan een oogafwijking
Persisterende Hyperplastische Tunica Vasculosa Lentis/ Primair Vitreum
( PHTVL/PHPV) genaamd, in de gradatie 2 – 6 waardoor beide honden aan 1 oog
blind zijn.
Daar dit een aangeboren en mogelijk erfelijke afwijking betreft en de vaderhond
van deze honden tevens de vader is van andere nesten was het voor de overige
fokkers geen enkel punt van discussie en werd er unaniem besloten zo snel
mogelijk oogonderzoeken uit te laten voeren bij directe bloedverwanten van
bovengenoemde honden.
Op het fokkersoverleg van 25 februari jl. werden de – aan de hand van 35 bij
S.I.W. aangeleverde kopieën van de officiële onderzoeksresultaten – in kaart
gebrachte onderstaande onderzoekresultaten bekend.
( Noot secr.: de resultaten van in eerste alinea genoemde honden met
PHTVL/PHPV en hen nestgenoten zijn niet verwerkt in bovenstaande daar kopieën van
onderzoeksresultaten op moment van schrijven niet waren ingeleverd bij S.I.W.)
Voor de goede orde: in bovenstaand resultaatoverzicht zijn ook de
onderzoekresultaten van een paar moederhonden en overige ( niet directe
bloedverwante) honden verwerkt.
Het oogonderzoek geeft alleen uitsluitsel over oogafwijkingen in lijdende vorm (
= zichtbaar ) er is nog geen manier van onderzoek om dragers ( = onzichtbaar)
van oogafwijkingen te onderscheiden.
Helaas is de wijze van overerving van het merendeel van de vastgestelde
oogafwijkingen grotendeels onbekend. Bijvoorbeeld bij
Retina Dysplasie lijkt het er op dat bij de
overerving de beide ouderdieren – als lijder of drager – belast
moeten zijn met de afwijking, wil de oogafwijking zich in lijdende vorm
openbaren bij de nakomelingen.
Bij andere afwijkingen zoals bijvoorbeeld Hypoplasie Micropapilla lijkt het er op dat
wanneer één ouderdier – als lijder of drager – belast is met deze afwijking, de
afwijking zich in lijdende vorm kan openbaren bij nakomelingen.
Het zou dan ook onjuist zijn om de bij de directe bloedverwanten vastgestelde
oogafwijkingen alleen aan de vaderhond te wijten.
Na een begrijpelijke eerste schrik ten aanzien van het aantal en de diversiteit
van vastgestelde oogafwijkingen ( b) is er aan de hand van de ingewonnen adviezen
de bij diverse specialisten oogheelkunde, rasverengingen van rassen waarin
oogafwijkingen voorkomen en publicaties op internet, door de fokkers unaniem, op
grond van persoonlijke verantwoording van de fokker besloten dat:
| • |
potentiële fokdieren voorafgaand aan de dekking – naast de reguliere
onderzoeken – ook op oogafwijkingen worden onderzocht ( c) |
|
| • |
alle
nakomelingen – naast de reguliere onderzoeken – op oogafwijkingen worden
onderzocht (d) |
|
| • |
de van
enkele oogafwijkingen bekend zijnde gradaties als leidraad te hanteren bij
wel of niet inzetten in fokkerij (e) ; |
|
| • |
er
ondanks de beperkte fokbasis serieuze terughoudendheid wordt betracht mbt.
het inzetten van fokdieren – die weliswaar binnen de bekende gradaties – niet
geheel vrij zijn van oogafwijkingen; |
|
| • |
kopieën
van de officiële onderzoekresultaten in te leveren bij de S.I.W.; |
|
| • |
S.I.W. de resultaten in kaart brengt, wereldwijd informatie vergaart, houdt
vinger aan de pols; |
|
| • |
gezamenlijk bovenstaande afspraken te evalueren en desgewenst aan te passen. |
|
De ons niet onbekende dr. Andrea Vollmar is
naast cardioloog ook specialist oogheelkunde en en neemt regelmatig deel aan de
door het European College of Veterinary Ophthalmologists (
ECVO) georganiseerde conferenties waar de
specialisten de mogelijkheden en ontwikkelingen op oogheelkundig
gebied bespreken.
De laatste conferentie vond plaats in mei jl. te Brugge en dr. Vollmar heeft
daar overleg gevoerd met Nederlandse en Zweedse collegae over de nu gevonden
oogafwijkingen in ons ras.
Intussen zijn we met dr. Vollmar overeengekomen dat zij wanneer zij in Nederland
is om bij onze honden hartonderzoeken uit te voeren ook oogonderzoeken zal
uitvoeren bij de potentiële fokdieren en/of nesten. Uiteraard voldoet het door
dr. Vollmar uit te voeren oogonderzoek volledig aan het door het ECVO hiervoor
vastgestelde onderzoeksprotocol, de eigenaar ontvangt een volledig ingevuld en ondertekend
origineel onderzoeksformulier, waarvan de S.I.W. dan weer een kopie ontvangt.
Één en ander zal tzt. duidelijk worden vermeldt op het deelnameformulier voor
het hartonderzoek.
Tenslotte kunnen wij ons zo voorstellen dat u – na lezing van dit artikel –
geschrokken bent, echter zonder de oogafwijkingen te willen bagatelliseren of uw
schrik af te doen als zijnde niet zo van belang citeren wij uit het boekje
‘Erfelijke oogafwijkingen’ (*) onderstaande tekst:
Het oog is voor de hond gelukkig een minder belangrijk zintuig ( noot secr.: dan
het oog voor de mens is). De hond leeft in een wereld van geuren, geluiden en
van voelen. De ogen geven
slechts aanvullende informatie en zijn veel minder
goed dan die van de mens. Aangeboren blindheid, of op jeugdige leeftijd
verkregen ( nacht)blindheid wordt bij een jonge opgroeiende hond
vaak pas in een
zeer laat stadium ontdekt, omdat de hond de handicap zo goed weet te
camoufleren. De hond weet niet beter, de jonge hond dolt rond en stoot zich
misschien iets vaker.
Ook oudere dieren passen zich ongelooflijk goed aan. Zelfs
als de hond geheel blind is, zal hij het meubilair in huis prima ontwijken en
enthousiast blijven spelen met een bal of stok.
Wordt de hond plots blind dan kost het wat meer moeite en valt het
aanpassingsproces meestal wel op.
Maar op zich is blindheid bij een hond geen enkele reden voor euthanasie.
|
Hoewel bovenstaande tekst redelijk positief
genoemd mag worden begrijpt u dat geen enkele reden is om niets te doen aan de
mogelijk erfelijke oogafwijkingen. Actie wordt, waar mogelijk, op dat vlak
ondernomen en we houden u op de hoogte van de bevindingen.
Heeft u vragen? aarzelt u dan niet om contact
met ons op te nemen.
| ( a) |
het merendeel van de
oogafwijkingen is niet progressief dwz. de afwijking wordt niet erger.
Helaas is op geen van deze oogafwijkingen genezing van toepassing. |
|
| ( b) |
in de USA worden
incidenteel op clubmatches oogonderzoeken uitgevoerd, de resultaten laten
eenzelfde diversiteit aan oogafwijkingen zien. Er wordt verder geen actie
ondernomen. |
|
| ( c) |
officiële oogonderzoeken
kunnen alleen uitgevoerd worden door dierenartsen
specialisten oogheelkunde. |
|
| ( d) |
nakomelingen kunnen op de
leeftijd van 7 – 8 weken onderzocht worden op oogafwijkingen, met
uitzondering van PRA en
cataract is geen van de
oogafwijkingen progressief. |
|
| ( e) |
bij een aantal
oogafwijkingen worden gradaties gehanteerd, betreffende rasverenigingen
stellen vast met welke gradatie er wel/niet gefokt mag worden. Bij andere
oogafwijkingen is dat op dit moment nog niet van toepassing. |
|
| ( *) |
fragmenten tekst uit boekje ‘Erfelijke oogafwijkingen’ door: dr. F.C. Stades en dr.
M.H. Boevé dierenartsen specialisten oogheelkunde vakgroep geneeskunde
gezelschapsdieren.
Het boekje is uitgegeven door de W.K. Hirschfeld Stichting en
verkrijgbaar bij de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland (
RvB)
|
|
naar boven | www.stichting-ierse-wolfshond.com